Bijna met pensioen… en dan?
Er komt een moment dat je het pensioenkapitaal op je lijfrentebeleggingsrekening wil gebruiken als aanvulling op je inkomen. Omdat je stopt met werken, of minder gaat werken. Wat moet je zelf doen om gebruik te kunnen maken van je pensioenkapitaal?
Heb je pensioenkapitaal opgebouwd via Persoonlijk pensioen of Werknemersbeleggen lijfrente? Dan koop je met je pensioenkapitaal een lijfrente-uitkering. Een lijfrente-uitkering is (een deel van) je uiteindelijke pensioen. Je krijgt voortaan periodiek een bedrag op je bankrekening gestort. Dit kan maandelijks zijn, maar ook per kwartaal, per half jaar of per jaar, dat kun je meestal zelf kiezen. Dit geld kun je gebruiken om van te leven. Een lijfrente-uitkering is een vorm van inkomen en je betaalt er dus inkomstenbelasting over.
Een lijfrente-uitkering kopen
Je hebt zelf bepaald wat jouw pensioendatum is. Misschien is die datum nu nog ver weg. Maar op het moment dat deze pensioendatum eraan komt, moet je iets gaan regelen. Je moet dan met het opgebouwde pensioenkapitaal op je lijfrentebeleggingsrekening een lijfrente-uitkering kopen.
Waar koop ik een lijfrente-uitkering?
Een lijfrente-uitkering koop je bij een bank, een verzekeraar, beleggingsonderneming of beleggingsinstelling. Je kiest zelf welke. Het is niet mogelijk om bij a.s.r. een lijfrente-uitkering te kopen.
Wanneer moet ik een lijfrente-uitkering laten ingaan?
Je mag de uitkering op elk gewenst moment in laten gaan. Maar wel uiterlijk binnen 5 jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd hebt bereikt.
Hoe lang loopt een lijfrente-uitkering?
Dat hangt af van het type lijfrente. We kennen de 'levenslange lijfrente' en de 'tijdelijke oudedagslijfrente'.
Oudedagslijfrente
De oudedagslijfrente wordt ook wel de ‘levenslange’ lijfrente genoemd. Je kunt deze uitkering in laten gaan op een zelf gekozen moment. Je bepaalt dus zelf je pensioendatum (wel uiterlijk 5 jaar na je AOW-leeftijd). Het mag dus ook eerder zijn dan de datum waarop je AOW krijgt van de overheid. Wel belangrijk: je lijfrente moet in dat geval altijd nog 20 jaar worden uitgekeerd vanaf de datum dat je je AOW-leeftijd hebt bereikt. Als je de levenslange lijfrente bij een verzekeraar afsluit, keert deze altijd uit zolang je in leven blijft, echt levenslang dus. Bij een bank is dat anders. Daar koop je een lijfrente-uitkering voor de duur van (minimaal) 20 jaar vanaf je AOW-datum.
Een voorbeeld
Je verwachte AOW-leeftijd is 68 jaar. Je besluit dat je de levenslange lijfrente-uitkering al 3 jaar eerder in wil laten gaan, op je 65e. De duur van de levenslange lijfrente (afgesloten bij een bank) is dan 3 + 20 = 23 jaar.
Tijdelijke oudedagslijfrente
Je kunt ook kiezen voor een tijdelijke oudedagslijfrente. Deze uitkering kun je laten ingaan vanaf het jaar dat je de AOW-leeftijd bereikt, niet eerder. De minimale duur van deze tijdelijke lijfrente is vijf jaar. Deze uitkering kent een maximum van € 27.192 per jaar (2026)
Hoe hoog is mijn lijfrente-uitkering?
Dat hangt er natuurlijk vooral van af hoeveel pensioenkapitaal je hebt opgebouwd. Omdat je je pensioenkapitaal opbouwt door te beleggen, is het niet mogelijk om te zeggen hoeveel pensioenkapitaal je op je pensioendatum hebt opgebouwd. Je kunt wel een inschatting maken met onze rekentool. De rekentool rekent een inschatting uit op basis van een oudedagslijfrente van 20 jaar na AOW-datum.
Het verschil tussen pensioendatum en AOW-leeftijd
Er is een verschil tussen het begrip ‘pensioendatum’ en je ‘AOW-leeftijd’. Je kiest bij je lijfrentebeleggingsrekening zelf je pensioendatum. Op die datum kun je een lijfrente-uitkering aankopen, zoals hierboven staat beschreven. Je AOW-leeftijd kies je niet zelf, die wordt door de overheid bepaald. Je verwachte AOW-leeftijd is het moment dat je van de overheid maandelijks een AOW-uitkering krijgt.Afkopen: wat zijn de gevolgen?
Er zijn omstandigheden te bedenken dat je het pensioenkapitaal toch in één keer (of gedeeltelijk) op wilt nemen. In feite wil je dan (deels) stoppen met het opbouwen via je lijfrentebeleggingsrekening. Dit noemen we ‘afkopen’. Je geeft dan opdracht om je beleggingen te verkopen en de opbrengst over te maken naar je betaalrekening. Het afkopen van je pensioenkapitaal heeft nadelige financiële gevolgen.
Je betaalt meteen inkomstenbelasting
Dat kan oplopen tot 49,5% (2026) van het bedrag dat je als opbrengst op je rekening hebt ontvangen, het percentage hangt af van je inkomen.
Je betaalt een boete
Deze boete wordt ‘revisierente’ genoemd. Het is een boete die de Belastingdienst oplegt omdat de lijfrenteregeling niet gebruikt wordt waar het voor bedoeld is: een (aanvullend) pensioen. Terwijl er wel van het belastingvoordeel is geprofiteerd.
Kijk voor meer informatie over revisierente op de website van de Belastingdienst.
Wanneer betaal je geen boete?
'Kleine' lijfrente
Je betaalt geen boete als de opbrengst van de verkoop van je beleggingen op dat moment minder is dan € 5.513 (2026). Dit wordt een ‘kleine lijfrente’ genoemd.
Arbeidsongeschiktheid
Tot slot betaal je in principe geen boete als je ervoor kiest om (deels) af te kopen omdat je arbeidsongeschikt bent geraakt.
Heb je vragen over beleggen voor je pensioen?
Neem contact met ons op of maak een belafspraak
We mogen je alleen geen beleggings-, pensioen- of fiscaal advies geven.