De berekeningen achter je keuzes
Flexibiliseringsfactoren
Eerder met pensioen. Later met pensioen. Afkoop. Hoog-laagpensioen. Meer of minder partnerpensioen. Allemaal keuzes. En zodra jij een keuzes maakt, moeten wij je pensioen opnieuw berekenen. Dan doen wij natuurlijk niet zomaar. Onze berekeningen zijn gebaseerd op 'factoren'. Deze factoren zijn vooral afhankelijk van de rente en de levensverwachting. Ze kunnen dus jaarlijks veranderen. We noemen deze factoren ook wel flexibiliseringsfactoren.
Heeft je werkgever een pensioenregeling geregeld waarbij is afgesproken dat (een deel van) de factoren is gegarandeerd? Dan wijken ze misschien af van de flexibiliseringsfactoren op deze pagina. In dat geval kijken we altijd welke factoren voor jou het meest gunstig is.
Flexibiliseringsfactoren Werknemerspensioen
Flexibiliseringsfactoren Doenpensioen
Je mag op de ontslagdatum een deel van je opgebouwde levenslang ouderdomspensioen gebruiken voor aankoop van een premievrij, tijdelijk partnerpensioen met levenslange uitkering. Dit geldt alleen als het partnerpensioen op risicobasis is verzekerd. Of als het opgebouwde partnerpensioen minder dan 70% van het levenslang ouderdomspensioen is.
Je mag niet al het kapitaal uitruilen. Hieronder staan de tabellen waarmee je de uitruil kunt berekenen. In de voorbeeldberekening zie je hoe je beide tabellen gebruikt:
Flexibiliseringsfactoren overige regelingen
Hieronder zie je de factoren voor de overige pensioenregelingen.
Uitruilfactoren
Je mag op de ontslagdatum een deel van je opgebouwde levenslang ouderdomspensioen gebruiken voor de aankoop van een premievrij, tijdelijk partnerpensioen met levenslange uitkering. Dit geldt alleen als je partnerpensioen op risicobasis is verzekerd. Of als het opgebouwde partnerpensioen minder dan 70% van het levenslang ouderdomspensioen is.
Uitruil bij ontslag
Beschikbare premie met een garantiekapitaal
Niet al het kapitaal mag uitgeruild worden. Hieronder staan de tabellen waarmee je de uitruil kunt berekenen. In de voorbeeldberekening kun je zien hoe je beide tabellen gebruikt.
- Percentage uitruilbaar kapitaal
- Ruilfactoren kapitaal naar tijdelijk partnerpensioen
- Voorbeeldberekening kapitaal bij leven (garantiekapitaal)
Beschikbare premie met een kapitaal op basis van beleggingen
Niet al het kapitaal mag uitgeruild worden. Hieronder staan de tabellen waarmee je de uitruil kunt berekenen. In de voorbeeldberekening kun je zien hoe je beide tabellen gebruikt.
- Percentage uitruilbaar kapitaal
- Ruilfactoren kapitaal naar tijdelijk partnerpensioen
- Voorbeeldberekening kapitaal bij leven (beleggingen)
Uitkeringsovereenkomst
Ook bij een uitkeringsovereenkomst mag bij ontslag een gedeelte van het ouderdomspensioen geruild worden voor een deel tijdelijk partnerpensioen. Hieronder zie je ruilfactoren en een voorbeeldberekening.
Uitruil op pensioendatum
Uitruil na aanwending kapitaal bij leven op pensioendatum
Ruil van pensioen op de ingangsdatum pensioen (uitkeringsovereenkomst)
- Ruilfactoren partnerpensioen naar ouderdomspensioen
- Voorbeeld partnerpensioen naar ouderdomspensioen
- Ruilfactoren ouderdomspensioen naar partnerpensioen
- Voorbeeld van ouderdomspensioen naar partnerpensioen
- Ruilfactoren tijdelijk ouderdomspensioen naar levenslang ouderdomspensioen
- Voorbeeld tijdelijk ouderdomspensioen naar levenslang ouderdomspensioen
- Ruilfactoren prepensioen naar levenslang ouderdomspensioen
- Voorbeeld van prepensioen naar levenslang ouderdomspensioen
Hoog/laag constructies
Het is fiscaal toegestaan om op de ingangsdatum van het pensioen een gelijkblijvend ouderdomspensioen om te zetten in een pensioen dat gedurende een bepaalde periode hoger is en daarna naar beneden wordt bijgesteld. Dit wordt een ‘hoog/laag constructie’ genoemd. De verhouding tussen de ‘hoge’ en de ‘lage’ uitkering mag maximaal 100:75 bedragen.
Daarnaast moet de leeftijd op het omslagpunt een hele leeftijd zijn. Stel, iemand gaat met 66 jaar en 3 maanden met pensioen, en wil de eerste 5 jaar een hogere uitkering, dus tot 71 jaar en 3 maanden. Omdat we geen gebroken leeftijden kunnen verwerken, wordt de leeftijd waarop het lagere gedeelte ingaat 71 jaar, en niet tot 71 jaar en 3 maanden. Hier wordt in de berekening uiteraard rekening mee gehouden.
Tabellen en voorbeeldberekeningen
Hoog/laag en laag/hoog constructies worden niet standaard aangeboden. Wanneer een werkgever dit aanbiedt, kan de deelnemer met de onderstaande tabellen hier de uitkering berekenen.
Bij de berekening maken we gebruik van de standaard uitstel- en vervroegingsfactoren. Er wordt een deel van het pensioen uitgesteld (bij laag/hoog) of vervroegd (bij hoog/laag) om tot de juiste uitkering te komen.
Hoog/laag constructie
- Factoren Hoog/laag constructie, verhouding Hoog : Laag = 100:75
- Voorbeeldberekening Hoog/laag constructie
Laag/hoog constructie
Uitstel en vervroegen van pensioen
In de pensioenregeling werken we met een pensioenrichtleeftijd. Dit is de leeftijd waar we in de pensioenregeling mee rekenen. Per 1 januari 2018 is de fiscale pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar gegaan. Je hoeft niet tot 68-jarige leeftijd te werken. Je kunt het pensioen ook eerder of later laten ingaan. Om de uitkering om te rekenen naar de juiste leeftijd, worden onderstaande tabellen gebuikt.
Uitstel- en vervroegingsfactoren
- Uitstel- en vervroegingfactoren ouderdomspensioen
- Voorbeeldberekeningen Uitstel van ouderdomspensioen
- Voorbeeldberekeningen Vervroeging van ouderdomspensioen
- Uitstel- en vervroegingfactoren kapitaal bij leven (garantiekapitaal)
- Voorbeeldberekeningen Uitstel van kapitaal bij leven (garantiekapitaal)
- Voorbeeldberekeningen Vervroegen van kapitaal bij leven (garantiekapitaal)
Afkoop pensioen
Afkoop van pensioen is mogelijk op de pensioendatum als de deelnemer een klein pensioen heeft óf gebruik wil maken van 'Bedrag Ineens'.
Afkoop klein pensioen
Als op de ingangsdatum van het pensioen het pensioenbedrag onder de afkoopgrens ligt, ontvangt de pensioengerechtigde van a.s.r. de keuze voor een maandelijkse of een éénmalige uitbetaling (afkoop klein pensioen).
Het komt voor dat een deelnemer uit meerdere pensioenpolissen aanspraak heeft op (klein) pensioen. De opgebouwde pensioenaanspraken worden dan per werkgever bij elkaar opgeteld. Bij meerdere dienstverbanden bij dezelfde werkgever is het van belang of er sprake is van een aaneengesloten dienstverband.
Voor het optellen van de aanspraken geldt dat verschillende ‘pensioensoorten’, zoals levenslang ouderdomspensioen, tijdelijk ouderdomspensioen en prepensioen ieder apart worden beoordeeld qua hoogte. Het kan voorkomen dat het tijdelijk ouderdomspensioen wel wordt afgekocht maar het levenslang ouderdomspensioen niet.
Bedrag ineens
Er is nieuwe wetgeving in de maak die waarschijnlijk op 1 januari 2029 ingaat. Vanaf dan kun je maximaal 10% van je pensioen in één keer ontvangen. Je mag zelf bepalen waarvoor je dat bedrag gebruikt. Je kunt er schulden mee aflossen, zoals uw hypotheek. Of je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om te reizen.
Het bedrag dat je ineens ontvangt is gelijk aan de afkoopwaarde van (maximaal) 10% van uw ouderdomspensioen. Het pensioen dat overblijft moet boven de afkoopgrens liggen.
Hieronder staan de verschillende tabellen met afkoopvoeten.
Ingaand en uitgesteld Levenslang ouderdomspensioen
Ingaand en uitgesteld Tijdelijk ouderdomspensioen
Ingaand en uitgesteld Levenslang partnerpensioen
Ingaand en uitgesteld Tijdelijk partnerpensioen
Ingaand en uitgesteld Wezenpensioen
- Afkoopvoeten uitgesteld wezenpensioen zonder verdubbeling
- Afkoopvoeten uitgesteld wezenpensioen met verdubbeling
- Afkoopvoeten Direct ingaand niet stijgend wezenpensioen
- Afkoopvoeten Direct ingaand 2% samengesteld stijgend wezenpensioen
- Afkoopvoeten Direct ingaand 3% samengesteld stijgend wezenpensioen
- Voorbeeldberekening afkoop
Heb je nog vragen?
Heb je vragen? Neem contact op met de adviseur of de contactpersoon bij a.s.r.